Inspiratie

Hier vind je een selectie van mijn meest gelezen blogs en artikelen.

PS: Ben je geïnteresseerd in een lezing over een specifiek onderwerp met Josje Smeets als spreker? Laat het weten!

Josje Smeets Josje Smeets

De 5-minuten-regel voor betere vriendschappen

 
 

Je scrolt door je contactenlijst en ziet haar naam. Dat vriendinnetje van de middelbare school, je studiegenoot, die collega van je vorige baan. Je denkt: "Ik zou echt weer eens contact moeten opnemen." En dan denk je: "Maar wat moet ik dan zeggen? Een hele catch-up? Koffie afspreken? Dat kost tijd die ik niet heb." En dus... doe je niks.

Welkom bij de stille epidemie van volwassen vriendschappen: ze sterven niet met een knal, maar stilzwijgend, misschien met een laatste opmerking van "we moeten echt weer eens afspreken" die nooit wordt waargemaakt.

De vriendschapsdip van je dertigste

Als gelukspsycholoog zie ik een patroon dat bijna universeel is: ergens rond je dertigste bereik je het dal van je sociale leven. Je carrière vraagt aandacht, misschien heb je kinderen, een hypotheek, verplichtingen. En vriendschappen? Die zakken stilletjes weg naar de bodem van je prioriteitenlijstje.

Uit onderzoek blijkt dat we gemiddeld rond ons 25ste het hoogste aantal nauwe vrienden hebben, en dat dat aantal daarna gestaag daalt. Tegen de tijd dat je 40 bent, heb je vaak maar de helft over. En het gekke? Het is niet omdat we ruzie maken of uit elkaar groeien. Het is omdat we vergeten dat vriendschap, net als een plant, water nodig heeft. Regelmatig water. Niet eens veel, maar wel consistent.

De mythe van de grote geste

Hier zit het probleem: we denken dat vriendschap onderhouden inhoudt dat we grote, betekenisvolle dingen moeten doen. Een weekend weg boeken. Een etentje organiseren. Een diepgaand gesprek van drie uur voeren over de zin des levens.

En dus wachten we op het "perfecte moment" om contact op te nemen. Een moment waarop we tijd hebben, energie hebben, en iets substantieels te zeggen hebben. Spoiler alert: dat moment komt nooit.

Neurowetenschappelijk gezien is dit fascinerend: ons brein heeft namelijk een "alles-of-niets" bias als het gaat om sociale connectie. We denken dat een interactie betekenisvol moet zijn, anders is het de moeite niet waard. Maar onderzoek naar sociale gehechtheid laat precies het tegenovergestelde zien: kleine, frequente interacties zijn véél belangrijker voor het in stand houden van vriendschappen dan grote, zeldzame gebaren.

De 5-minuten-regel

Dus hier komt mijn recept voor vriendschappen die niet doodgaan aan verwaarlozing: de 5-minuten-regel.

Het idee is simpel: neem elke week 5 minuten om iets te sturen naar een vriend. Geen lange e-mail. Geen gedwongen "we moeten weer eens bijkletsen"-voorstel. Gewoon... iets.

Een foto die je aan hen deed denken. Een artikel dat ze interessant zouden vinden. Een meme. Een "hoe gaat het?". Een voice-memo van 30 seconden waarin je zegt dat je aan ze dacht. Letterlijk wat dan ook dat laat zien: "Jij bestaat nog in mijn wereld."

En hier is de magie: deze kleine signalen activeren hetzelfde systeem in je hersenen als grote sociale interacties. Je brein registreert: "Ik heb contact gehad met mijn vriend." De vriendschap blijft warm, zonder dat het jou energie kost die je niet hebt.

Waarom dit werkt: de wetenschap

Er is een psychologisch principe dat hier speelt: de mere exposure effect. Hoe vaker we iemand tegenkomen, -of van iemand horen-, hoe positiever we over hen denken en hoe sterker de band wordt. Het gaat niet om de diepgang van elke individuele interactie, maar om de frequentie.

Denk maar aan je collega's. Je hebt waarschijnlijk geen levensveranderende gesprekken bij het koffiezetapparaat, maar doordat je hen dagelijks ziet, voel je een band. Die band is echt, ook al is hij opgebouwd uit kleine momentjes. Hetzelfde geldt voor vriendschappen. Consistentie beats intensiteit. Altijd.

De berichtjesangst doorbreken

Ik hoor je denken: "Maar wat als het raar voelt? Wat als ze denken dat ik iets van hen wil? Wat als ze niet terugschrijven?"

Hier is het ding: de meeste mensen zijn ontzettend blij als iemand aan ze denkt. We leven in een wereld waarin iedereen zich een beetje eenzaam voelt, maar niemand durft de eerste stap te zetten. Jij zijn die doet, geeft anderen toestemming om hetzelfde te doen.

En als ze niet terugschrijven? Dat is ook okay. Niet elke vriendschap hoeft wederzijds intensief onderhouden te worden. Sommige vriendschappen zijn als vetplantjes: ze overleven prima met weinig aandacht, maar af en toe een klein beetje water kan geen kwaad.

De praktijk: hoe begin je?

Maak het jezelf gemakkelijk. Zet een wekelijks terugkerend moment in je agenda. Zondagochtend met je koffie. Woensdagavond voor je naar bed gaat. Wanneer dan ook.

Pak je telefoon. Scroll door je contacten. Stop bij iemand van wie je denkt: "Oh ja, die persoon bestaat ook nog." En stuur iets. Een foto van iets wat je die week zag dat hen zou amuseren. Een "Hi, ik hoorde dit nummer en moest aan jou denken." Een "Hoe gaat het met je?"

Geen context nodig. Geen excuses voor het lange stilzijn. Gewoon: hier ben ik, ik denk aan jou.

De investering die zichzelf terugbetaalt

En hier is het mooie: vriendschappen zijn een van de sterkste voorspellers van geluk. Sterker dan je salaris, je carrière, of zelfs je gezondheid. Mensen met sterke sociale banden leven langer, zijn gelukkiger, en zijn veerkrachtiger bij tegenslag.

Die 5 minuten per week? Dat is geen time management-trucje. Dat is investeren in je geluk, je gezondheid, en je mentale veerkracht. En het mooie is: het is een investering die zich letterlijk binnen dagen begint terug te betalen. Want zodra je die eerste berichtjes stuurt, komen er reacties. En die reacties? Die geven jou energie terug.

De compound interest van kleine gebaren

Stel je voor: je stuurt elke week naar één vriend een klein berichtje. Dat zijn 52 vrienden per jaar die zich gezien voelen. 52 keer dat je laat zien: jij bent belangrijk voor mij. Over vijf jaar? Dat zijn 260 momenten van connectie. Die zijn gebouwd op niets meer dan 5 minuten per week.

En het bizarre is: deze kleine gebaren stapelen zich op. Over een jaar zul je merken dat je vriendschappen sterker aanvoelen. Mensen bellen je vaker. Nodigen je uit. Delen dingen met jou. Niet omdat je ineens meer tijd hebt of een betere vriend bent geworden, maar omdat je de basis hebt gelegd van consistente, kleine zorg.

De uitdaging

Dus hier is mijn uitdaging aan jou: doe het deze week. Pak je telefoon, denk aan één iemand die je mist, en stuur iets. Geen lange e-mail. Geen gedwongen afspraak-voorstel. Gewoon een klein signaal: jij bent belangrijk. En dan volgende week weer. En de week daarna. Kijk wat er gebeurt.

Want hier is de waarheid die niemand je vertelt over volwassen vriendschappen: ze hoeven niet moeilijk te zijn. Je hoeft geen hele avonden vrij te maken, geen diepgaande gesprekken te forceren. Soms is het genoeg om te laten zien dat iemand nog steeds een plekje heeft in je hoofd.

5 minuten.

Dat is alles wat het kost. En het is misschien wel de beste investering die je deze week doet.


Wil je meer inspiratie ontvangen? Volg Josje dan op Instagram of LinkedIn of boek een inspirerende lezing:

Het artikel is ook terug te lezen op Bedrock:

Read More
Josje Smeets Josje Smeets

Eindejaarsreflectie: hoe je terugkijkt zonder schuldgevoel of zelfkritiek

 
 

December. De maand waarin we massaal ons jaarlijkse ritueel van zelfverwijt beginnen. "Ik had toch echt moeten sporten." "Waarom ben ik nog steeds niet gepromoveerd?" "Die cursus Spaans is er ook nooit van gekomen." We pakken ons jaar samen als een lijstje teleurstellingen, compleet met een harde beoordeling: onvoldoende. Extra ironisch dit jaar, want 2025 was -laten we eerlijk zijn- behoorlijk pittig. Met alle onrust in de wereld, verharding in de politiek en oorlogen die maar doorgaan, is het al een prestatie dat we gewoon zijn blijven functioneren.

Maar wat als ik je vertel dat dit soort reflectie wetenschappelijk gezien behoorlijk contraproductief is? Als gelukspsycholoog zie ik elk jaar hetzelfde patroon: mensen die met de beste bedoelingen terugkijken, maar eindigen in een spiraal van schuldgevoel en zelfkritiek. Tijd voor een betere aanpak.

Het probleem met de "wat ging er mis"-aanpak                                                                                                           

Ons brein heeft een ingebouwde negativiteitsbias. Evolutionair gezien heel handig, onze voorouders die obsessief aan die ene keer dachten dat ze bijna door een tijger werden opgegeten, overleefden langer dan de optimisten die alleen de zonnige momenten onthielden. Maar in december 2025? Die tijger bestaat niet meer, maar we behandelen onze gemiste sportschoolbezoekjes alsof het levensbedreigende mislukkingen zijn.                     

Onderzoek van psycholoog Kristin Neff toont aan dat zelfkritiek, in tegenstelling tot wat we denken, juist demotiverend werkt. Het activeert ons bedreigingssysteem, waardoor we in een defensieve modus schieten. Resultaat? We voelen ons rot én we zijn minder geneigd om het volgend jaar beter te doen. Slim van die hersenen van ons. Of juist niet dus.

Self-compassion: niet soft, maar slim                                                                                                                              

Hier komt self-compassion om de hoek kijken; en nee, dat is niet hetzelfde als jezelf zielig vinden of jezelf alles maar toestaan. Zelf-compassie betekent dat je jezelf behandelt zoals je een goede vriend zou behandelen. Zou jij tegen je beste vriend zeggen: "Je bent echt een loser omdat je niet elke dag hebt gesport"? Waarschijnlijk niet. Je zou eerder zeggen: "Wow, 2025 was pittig, goed dat je het gewoon hebt overleefd."

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat mensen met meer self-compassion juist beter presteren, zich sneller herstellen van tegenslagen, en -verrassing!- gelukkiger zijn. Ze zijn ook eerlijker naar zichzelf over fouten, omdat ze niet bang zijn voor de interne afrekening die volgt.

De groeimindset-reflectie: vier stappen                                                                                                                       

Laten we praktisch worden. Hier is hoe je terugkijkt op 2025 zonder jezelf mentaal af te branden:

Stap 1: Begin met wat wél lukte. Echt waar, dit is geen fluffy zelfhulp-advies. Onderzoek van Barbara Fredrickson toont aan dat positieve emoties ons denkvermogen verruimen. Als je start met wat goed ging, hoe klein ook, zet je je brein in een modus waarin je creatiever en opener kunt nadenken over groei. En dat is dit jaar misschien wel belangrijker dan ooit. Want in een jaar waarin de wereld soms behoorlijk overweldigend aanvoelde, zijn de kleine overwinningen extra waardevol. Dus: wat ging er goed? Welke momenten maakten je trots? Waar voelde je je verbonden met anderen?

Stap 2: Herformuleer je "mislukkingen". In plaats van "Ik ben maar vijf keer naar de sportschool geweest" kun je ook zeggen: "Ik heb ontdekt dat traditionele sportscholen niet bij me passen." Dat is geen trucje, het is een shift van zelfkritiek naar zelfkennis. Carol Dweck, de grondlegger van groeimindset-onderzoek, laat zien dat deze herformulering cruciaal is voor ontwikkeling.

Stap 3: Contextualiseer. Kijk naar de omstandigheden. Misschien was 2025 het jaar waarin je verhuisde, een nieuwe baan begon, of gewoon probeerde te overleven in een wereld die veel van je vroeg. Geef jezelf de context die je verdient. We zijn geen robots: we zijn mensen die navigeren door complexe levens in soms moeilijke tijden.

Stap 4: Stel nieuwsgierige vragen. In plaats van "Waarom heb ik dit niet gedaan?" (beschuldigend), vraag je "Wat hield me tegen?" of "Wat heb ik geleerd?”. Dit activeert nieuwsgierigheid in plaats van verdediging. En nieuwsgierigheid is de basis van échte groei.

December-opdracht                                                                                                                                                              

En voor de echte doorpakkers heb ik hierbij nog een opdracht om het jaar mooi mee af te sluiten. Pak je agenda van 2025 erbij. Niet om jezelf af te rekenen, maar met een nieuwsgierige blik. Zoek drie momenten waarin je:

  • Trots op jezelf was

  • Iets leerde (zelfs uit iets moeilijks)

  • Je verbonden voelde met anderen

Dit zijn jouw data-punten voor groei. Dít is je startpunt voor het volgende jaar en juist hierop mag je doorpakken, zodat je van 2026 een happy jaar kunt maken.

Geniet van deze laatste mooie dagen van een bijzonder jaar!

Read More
Josje Smeets Josje Smeets

Moe van de competitie om je heen

 
 

Ik word moe van de competitie om me heen: wie maakt de verste reis, bezoek het chiqueste netwerkevent of behaalt de snelste tijd bij Hyrox? Het is allemaal zo onnodig.
Geluk is heel gewoon en vind je eerder aan de keukentafel.

De wereld lijkt één grote wedstrijd. Misschien is dat altijd al zo geweest, maar het valt mij de laatste tijd steeds meer op. Het moet nog sneller, nog gekker, mijn hartslag moet nog 3 keer over de kop (want 1 keer is voor watjes), het moet chiquer, met meer artiesten, meer geluid, meer bombarie, meer, meer, meer.

Jeetje, ik word een oude taart.
En jeetje, ik word er moe van.

Het lijkt wel of we steeds meer dopamine jagen, snuiven en inademen. Terwijl ons oude brein toch heel goed gaat op een ouderwetse normale dosis serotonine. Die je ontvangt bij die ochtendwandeling in de zon, die lekkere kop koffie met een krant, dat goede gesprek met je oude moeke of een onverwachte ontmoeting bij de Albert Heijn. Echt geluk zit in rust, tevredenheid en verbinding. En dat hoeft niet opgesmukt, liever niet zelfs.

Doe maar gewoon, ben jezelf.
En ik garandeer: als je ‘gewoon’ geluk vindt, dan is dat ECHT geluk.

Fijne dag!

Wil je meer van inspiratie ontvangen? Boek dan een lezing of check Josje op LinkedIn.

Read More
Josje Smeets Josje Smeets

Waarom eenzaamheid niet altijd slecht is; lessen uit solo-travelling

 
 

Als gelukspsycholoog krijg ik regelmatig de vraag: "Is eenzaamheid altijd slecht?" Mijn antwoord? Absoluut niet. Millennials en Gen-Z-ers hebben dat allang door. Ze pakken massaal hun rugzak en gaan er solo op uit; niet omdat ze geen vrienden hebben, maar omdat ze de kracht van alleen-zijn hebben ontdekt.

De solo-revolutie

Laten we eerlijk zijn: onze ouders dachten dat je óf gezellig met hen of met vrienden op vakantie ging, óf thuis bleef mokken. Maar de jonge generatie heeft die regel aan zijn laars gelapt. Uit onderzoek blijkt dat solo-reizen onder 25-40-jarigen explosief groeit. Booking.com rapporteerde dat in 2023 maar liefst 24% van alle boekingen voor solo-reizen was en dat is een stijging van 42% ten opzichte van 2019.

Waarom? Omdat deze generatie heeft ontdekt dat alleen-zijn niet hetzelfde is als eenzaam zijn. Je kunt het een beetje vergelijken met wakker liggen ’s nachts of bewust mediteren; de eerste is ongewenst en vooral heel vermoeiend, terwijl de tweede een bewuste keuze is waar je heel veel voordelen uit haalt.

Eenzaamheid versus alleen-zijn: het grote verschil

Hier wordt het interessant vanuit wetenschappelijk perspectief. Eenzaamheid is een emotionele staat waarbij je je afgesneden voelt van anderen, zelfs als je omringd bent door mensen. Denk aan die momenten op een druk feestje waar je je alsnog alleen voelt, dat voelt allesbehalve fijn. Je af en toe eenzaam voelen is menselijk, maar als het chronisch wordt kun je er klachten van ondervinden, zoals somberheid of angst.

Alleen-zijn is iets heel anders. Alleen-zijn is een bewuste keuze voor solitude, en dat heeft verrassende voordelen. Neurowetenschappelijk onderzoek toont aan dat ons brein in rustige, solo-momenten overschakelt naar de default mode network; een netwerk dat actief wordt wanneer we niet gefocust zijn op taken. Dit is het moment waarop we echt nadenken, reflecteren en creativiteit ontwikkelen. Met andere woorden: je brein doet een soort mentale opruiming.

Waarom solo-reizen gelukkig maakt, 4 redenen

Toen ik zelf voor het eerst solo reisde (ja, ook gelukspsychologen durven wel eens alleen op pad), ontdekte ik wat millennials al wisten: alleen reizen is eigenlijk een masterclass in zelfkennis.

Je ontdekt wie je werkelijk bent. Thuis hebben we rollen te vervullen: het ene moment ben je de goede vriend, dan de betrouwbare collega, en weer een ander moment probeer je het perfecte kind te zijn. Op solo-reis val je terug op je kern. Wil je echt dat museum bezichtigen, of deed je dat altijd voor je reisgenoten? Misschien doe je wel weken helemaal niets of kom je erachter dat je stiekem dol bent op straatmuziek en uren kunt luisteren naar een accordeonist in Parijs.

Je wordt comfortabel met ongemak. Solo-reizigers leren omgaan met onzekerheid. Ben je verdwaald in Tokio zonder internet? Dan vraag je maar om hulp. Geen tafel voor één persoon? Dan eet je maar staand bij de bar. Dit soort micro-uitdagingen bouwen veerkracht op en dat is een cruciaal element van geluk.

Je creëert echte verbindingen. Paradoxaal genoeg ontmoet je vaak meer mensen als je alleen reist. Je bent toegankelijker, lokale mensen benaderen je sneller, en je bent gedwongen uit je comfortzone te stappen. Mensen hebben vaak de beste reisverhalen uit solo-trips.

Je krijgt meer zelfvertrouwen. Als je alleen reist kun je je achter niemand verschuilen. Alleen jij kunt die ene treinverbinding regelen of zorgen dat je een leuke dag hebt. Door solo te reizen leer je je eigen gezelschap waarderen, iets dat slechts weinig mensen kunnen, maar een vaardigheid is die je je hele leven ten goede komt.

Praktische tips voor beginnende solo-avonturiers

Start klein. Begin met een dagje alleen naar een nabije stad. Bouw het langzaam op. En vergeet niet: verveling is geen vijand, maar een vriend. Die momenten van "niks te doen" zijn juist waardevol.

Luister naar je intuïtie. Wil je naar dat kleine café om de hoek? Ga erheen. Maak geen compromissen, maak keuzes.

Eenzaamheid staat in een negatief daglicht, en het is goed dat we ons hier zorgen over maken wanneer het chronisch en ongewenst is. Maar bewust gekozen alleen-tijd? Dat is een cadeau aan jezelf. Dus pak die rugzak, boek dat ticket, en neem het beste gezelschap mee: jijzelf

Lees het artikel terug op Bedrock.nl.

 
Read More